Het zat er altijd al in de liefde voor paarden.
Het begon allemaal echt toen mijn vader me als 5-jarig meisje meenam door de bossen van Oostkapelle waar we samen, ik op de rug van de pony Pukky, gingen wandelen.
We genoten alle drie van het samenzijn, van elkaar en van de wereld om ons heen.
Mijn vader leerde me onderweg over de bomen en de planten en vertelde over zijn eigen jeugd in de bossen van de Veluwe waar hij opgroeide.
Ik was op die momenten het gelukkigste kind op de hele wereld en ik had de allerbeste Papa die ik me kon wensen.
Het is een mooie herinnering die grote verbondenheid met mijn vader en met de pony.
Het is het pure samenzijn waarin niets er toe doet behalve het samen 'zijn'.
Na een bijzondere vriendschap die ik als klein meisje van 4 had met de (zwerf)hond, Blacky, wist ik dat ik de dieren heel gemakkelijk aan kon voelen. Blacky paste op me, en ik hield van hem om wie hij was. Met zijn prachtige bruine ogen, zijn altijd openstaande mond en zijn enorme talent voor graven deelden we onze tijd. Ik genoot, en hij ook.
Het was zo simpel en logisch om door de ogen van dieren te kijken en mee te voelen, iets wat ik van nature als kind deed moest ik later, onder druk van anderen afleren.
De vriendschap met Blacky werd door toedoen van de tien jaar oudere twee zussen verbroken. Ik zou te veel opgaan in de vriendschap en zij wisten wat goed voor mij was.
Het was volgens hen niet goed voor me om een relatie te hebben met een hond, bovendien vonden ze hem vies en lelijk. Toen ik weer voor mezelf op dirfde te komen ging ik stiekum naar zijn huis, Blacky was r niet meer. De familie was verhuisd.
Als zes-jarige wa het de eerste breuk die ik voelde met mensen, hoe konden mensen zo wreed zijn om een pure vriendschap te willen doorbreken. Hadden zij het beste met mij voor, of was het jaloezie, vrees of gewoon achteloosheid? Of erger nog, macht. Het antwoord laat ik in het midden.
Niemand kon me verbieden om te voelen wat ik voel. Mijn gedachten en gevoelens zijn van mij, het zou nog wel even duren voor ik opnieuw een vriendschap aan ging met een ander dier. Dat werd een oudere merrie, de merrie Sonja.
Het omgaan met dieren was zo simpel, zij als dier en ik als mens, bija net alsof je met elkaar praat maar toch, anders dan zoals wij onze woorden gebruiken, het was veel dieper en vanuit je hart.
Zo begon het, en na die eerste kennismakingen ging er geen dag meer voorbij zonder dat ik met dieren, en paarden in het bijzonder me bezig hield met hun gedrag.
Nadat mijn moeder stierf en de grond onder mijn voeten weg was, de zussen mijn spullen hadden weggegooid en ik me de meest eenzame mens op de wereld voelde ging ik het huis uit.
Via een omweg kwam ik in het gevangeniswezen terecht, waar ik ruim 24 jaar heb gewerkt met gevangen mannen. Het was en leerzame tijd met vele lessen.
Nu ruim 40 jaar later ben ik iedere dag zo blij dat ik eindelijk weer mezelf mag zijn, en weer met deze speciale dieren om mag gaan. Nu terug kijkend op bijna een halve eeuw dieren in mijn leven. De weg naar de paarden en de vele prachtige momenten met hen mocht delen. Gelukkig kon ik die ook delen met een aantal mensen. Want ondanks de tegenslag hou ik van mens en dier.
Mijn leven lang bestudeerde ik dierengedrag, dieren in het wild, dieren in gevangenschap. Dieren waarvan ik wist dat ik ze ook echt kon leren kennen en in deze ontmoetingen voelde het altijd hetzelfde. We begrepen elkaar en dat gaf rust.
Inmiddels vertel ik anderen over paarden en hun gedrag en breng mensen terug naar hun eigen intuïtie, en de paarden helpen mij en vee anderen.
Terug naar het 'zijn'.
Het is in feite zo gemakkelijk dat we het bijna niet kunnen geloven dat het zo eenvoudig is.
Met liefde en toewijding draag ik mijn opgedane kennis en inzichten graag over aan anderen. Ik schrijf dagelijks aan een manuscript wat ik hoop straks aan u te kunnen presenteren.
Wie weet tot gauw,
Nicole
'Met hart en ziel'

Genovesa, de Koningin drinkt fris water
Heeft u wel eens goed gekeken hoeveel gezichtsuitdrukingen uw paard heeft door alleen zijn neus en lippen te gebruiken.
 |